Review by prof. em. Leo Stevens

4 Jan 2015

The eminent Dutch (emeritus) professor Leo Stevens, has published a piece on Ex'tax in national newspaper Het Financieele Dagblad. The report New era. New plan. is well received by the professor, who is a Dutch fiscal economy authority. He states: 'It's important to share with determination the urgency of the transition process, while carefully putting in practice the actual policy measures.' 

The full text is included below (in Dutch):


Naar nieuwe grondslagen voor belasting

Leo Stevens, FD, December 29, 2014.

Eind november 2014 werd in het SER-gebouw het rapport ‘New era. New plan, Fiscal reforms for an inclusive, circular economy’ van het Ex’tax Project gepresenteerd. Aan het rapport werd meegewerkt door Deloitte, EY, KPMG Meijburg en PwC. Het Ex’tax project, steunt op de visie (en door hem nagelaten financiële middelen) van de Nederlandse ondernemer Eckart Wintzen die sinds de jaren negentig ijverde de belastingdruk op arbeid te verlichten in ruil voor hogere lasten op het gebruik van natuurlijke rijkdommen. Hiermee beoogde hij een houdbare groei te bereiken, gebaseerd op de visie dat de mens gediend is met een prudente inzet van schaarse grondstoffen en het inspelen op de overvloed van menselijk talent en capaciteiten.

Het was een inspirerende ochtend, niet in de laatste plaats door inleidingen van gedreven adepten van de zogenoemde ‘Value Extracted Tax’ (Ex’tax). Zij moeten opboksen tegen de maatschappelijke scepsis dat vergroening van het belastingstelsel vooral extra regeldruk en bemoeizucht van overheidsinstanties oplevert en dat de milieuheffingen uiteindelijk toch weer neerslaan in hogere loonkosten. Daardoor zijn de effecten in feite minder groot dan verwacht. Die scepsis heeft zijn oorzaak, want stelselwijziging gaat gepaard met transitiekosten die de neiging versterken alles zoveel mogelijk bij het oude te laten.

Het pleidooi van de hervormers is met een open blik te kijken naar de lopende en komende innovatieprocessen. Daarin wordt gezocht naar nieuwe sociaaleconomische verhoudingen die voldoende duurzaam en evenwichtig zijn. Dat raakt ook het hervormingsscenario voor ons belastingstelsel. Daarvoor is een indringende herbezinning nodig op de bestaande heffingsgrondslagen. De aard van de ecologische en mondiale sociaaleconomische problemen vereist een Europese, zo niet mondiale, aanpak. In het bestaande stelsel wordt volgens de rapporteurs datgene wat overvloedig aanwezig is, arbeidskracht, relatief zwaar belast, terwijl de schaarse grondstoffen daarentegen relatief licht worden belast. Dat leidt tot pervers gedrag door zuinig om te springen met de overvloed aan arbeid en schaarse grondstoffen te verspillen. In plaats van de productie te richten op hergebruik, verdwijnen met de grote hoeveelheden afval waardevolle grondstoffen uit het productiecircuit.

Dat een dergelijke herbezinning nodig is, wordt onderschreven door de fiscalisten van Deloitte, EY, KPMG Meijburg en PwC. Ook zij ondersteunen de wenselijkheid de belastingdruk geleidelijk te verschuiven van inkomen naar verbruik. Deze beweging is al geruime tijd geleden ingezet en zal zeker een van de belangrijkste aandachtspunten zijn bij de hervorming van het belastingstelsel.

Het rapport is geschreven in een ambitieuze toonzetting. Maar ook worden de belemmeringen in de realisatiemogelijkheden onder ogen gezien. De belangrijkste is uiteraard dat een dergelijke stelselwijziging slechts kan worden doorgevoerd in een gemeenschappelijke internationale aanpak. Bovendien is multidisciplinaire samenwerking noodzakelijk om haalbare voordelen van het transformatieproces overtuigender voor het voetlicht te brengen.

Voor de Nederlandse verhoudingen werd gesteld dat een belastingverschuiving van 34 mrd van arbeid naar grondstoffen 280.000 nieuwe banen zou opleveren. Als voorbeeld van de winst van een circulaire economie werd voorgehouden dat een 0%-tarief op reparatie en onderhoud 87.000 banen zou opleveren. Maar dat voorbeeld is ook tegelijkertijd symbolisch voor de uitvoeringstechnische kwetsbaarheid van dit soort voorstellen. Is bij een dergelijk groot tariefsverschil het onderscheid tussen gebruik en hergebruik nog wel van elkaar te onderscheiden? En hoe is het gesteld met uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid? Bovendien zou ik deze uitruileffecten graag becommentarieerd willen zien door de ‘kille’ rekenmeesters van het CPB.

Het is belangrijk de urgentie van het noodzakelijke aanpassingsproces vol overtuiging uit te blijven dragen, maar de concrete beleidsstappen behoedzaam te zetten. Feike Sijbesma, ceo van DSM, zei in zijn inleiding dat in de ontwikkeling van deze innoverende processen ook rekening moet worden gehouden met de actuele verschillen in verdienmodellen binnen de diverse bedrijfssectoren. Aanpassing vergt tijd en belangrijk is dat in de overstap naar een circulaire economie alle sectoren worden meegenomen. Geen tegenstelling tussen winnaars en verliezers. In een operatie van 34 miljard is dat geen sinecure.

Leo Stevens is em. hoogleraar fiscale economie van de EUR.